Ik kan uren kijken naar eten, praten over eten, denken aan eten en altijd houden van mooi eten.

Het is iets heel moois, hoe je een heel gesprek over mooi eten kan hebben, de geuren ervan, de smaken en texturen ervan, hoe je uren kan praten over de lekkerste ….(vul maar in) en dan van het ene ingrediënt naar een andere delicatesse, ontdekking, kooktip of rariteit overspringt. Eten is fantastisch. Het delen van eten of samen eten vind ik nog mooier. Er is niks vervelender dan in je eentje te eten. Dat is functioneel eten, niet mooi eten. Eten omdat je voedingsstoffen nodig hebt, eten omdat je anders omvalt van de trek.
Als kind al was ik gefascineerd door de keuken en de lades met allemaal ingrediënten. Terwijl mijn moeder even weg was heb ik alles eruit gehaald (via een stoel, ik was 3 jaar) heb ik ook de kastjes boven het aanrecht GRONDIG onderzocht en de hele bliksemse boel eruit gehaald. Op de terugweg ben ik in slaap gevallen. Jammer dat daar nooit een foto van gemaakt is…
Mooi eten is voor mij emotie, mooi eten is liefde. Als ik naar sommige gerechten kijk vind ik ze zelfs sexy, ik kijk doorgaans liever naar een kraakverse coquille of een prachtige boerderij-eend dan naar een kerel! (ja sorry jongens!) Om daarna te gaan bedenken hoe die smaakt en wat ik er mee ga of kan doen.
Mooi eten is voor mij ook de aandacht en oprechtheid. Mooi eten betekent voor mij eten vol smaak. Zonder poespas. Mooi eten is ook eten met een eigen smoel, eten met een persoonlijkheid zeg maar. Zoals bijvoorbeeld de smaak van vlees van de Kudde van Anloo of de smaak van Lady’s Blue. Heel erg eigen. (en ook nog eens uit dit godvergeten Drenthe!)
Mooi eten is ook herinnering en herinneringen zijn ook gelukmakend. Mijn moeder heeft jaren terug voor ons als kinderen in Zeeland het welbekende ‘draadjesvlees’ gemaakt. Ze kookte voor 2 dagen, maar het was zo godschuwelijk lekker, we hebben het in 1 avond soldaat gemaakt. We praten er nu nog over. Toen ik al jaren uit huis was (en dan begin je met snelle gerechten, want je woont alleen) maakte mijn moeder voor mij haar draadjesvlees, aardappeltjes en andijvie. Laatste was in zo’n maïzenapapje. Geen culi-hoogstandjes. Maar ik at mijn kindertijd. Heel even was ik weer 10 en kwam ik uit de basisschool terugfietsen. Onderweg knokte ik wat met jongens uit het dorp. Eenmaal thuisgekomen liet ik mijn hondje uit en hielp ik mama met tafel dekken. Met een brok in mijn keel heb ik mijn bordje op zitten peuzelen. En nog twee keer opgeschept. Geluk moet soms toch echt even langer duren….
Mooi eten is keer op keer ontdekken. Je eerste keer vergeet je niet weer. Van franse blauwschimmelkazen tot kwartels, van Madame Jeanettes tot sushi. Als puber kocht ik in de schoolpauze Roquefort…ik wou geen chips…die Roquefort was gewoon goddelijk. Ik knikkerde de kaas van thuis in de bosjes en deed er m’n Roquefort op! Het eten van mijn eerste kwartel…ik was aan het werk in Zuid-Frankrijk. De lucht rook doorgaans naar lavendel en rijpe, sappige perziken. Op zondagen werd ik wakker van de geuren van ‘pintade rôti’: de eigenaar had dan parelhoenen aan het spit in de haard. En ik sliep erboven….daar kan geen koffie tegenop! De kokkin kookte met haar hart. De groenten kwamen uit eigen tuin. ’s Middags aten we gezamenlijk de warme maaltijd. Ditmaal had Nora, de kokkin, kwartel gemaakt, en vroeg zich af of ik dat als ‘Hollander’ wel durfde te eten. Ja natuurlijk! Ieder hapje was hemels en aan het eind van de maaltijd leek het net alsof ik weer terug moest komen op aarde. Het was op…. Eenmaal terug in Nederland vond ik heel lang niks meer lekker. Het smaakte me allemaal niet. Van tomaat tot sla, ik kauwde wel maar proefde niks. Ja, wat wil je ook met groenten uit zo’n zonrijk gebied.
Een tijdje terug waren we in Frankrijk tijdens de zomervakantie. Frankrijk vind ik persoonlijk een rotland. Het eten is er fantastisch, maar zeker in de zomer ‘geld toe’ om de Franse gastvrijheid te ervaren. Anyways, we camperden. Rijden met een camper vond ik te gek. Ik vond zelfs de ‘Col de la Schlucht’- een hele leipe wielersport-route door de Elzas helemaal te kicken. Uiteraard dachten de Ferrari’s en Mercedessen achter ons daar anders over. En af en toe kom je dan door een slaperig lief dorpje waar dan een klein boerenmarktje is. Uiteraard moet ik dan stoppen. Ik word blij als ik zoiets zie. Die vakantie was voor mij perziken. Ik heb geloof ik in 2 weken tijd in mn uppie wel 5 kg perziken gegeten. Eenmaal terug in Nederland, moest ik nog even afkicken van de fijne temperaturen en het toeren. Men neme daarvoor een gemiddelde supermarkt, koop daar een bakje perziken en eet het in de auto. Ik heb het van schrik uitgespuugd op mn dashboard.
Wat ook qua eten geweldig was, was Indonesië. Het is maar goed dat ik er maar 2 weken heenkon. Ik kwam 7 kilo zwaarder terug. Had ook te maken met de gastvrijheid van de Indonesiërs, ik bezocht een goede vriendin. Ieder familielid wilde graag dat zij met mij langskwam. Je bent nog niet binnen en WHAM: daar staat een complete rijsttafel. Nee zeggen is onbeleefd. En je dankbaarheid tonen is het beste als…je nog een keer opschept! Helaas of gelukkig had zij een grote familie. Ik heb meer huiskamers en rijsttafels van binnen gezien dan van Indonesië zelf. Leven is eten en eten is leven. Waar wij ons hier er met een kopje koffie van afmaken, daar doet een Indonesiër gewoon een rijsttafel. Van ’s ochtends vroeg tot diep in de nacht lopen er overal mensen rond met etenswaren. Soms met een soort van buik-grill waar dan à la minute satay voor je gemaakt wordt. Ontbijten doe je met nasi goreng waar heel veel kleine gerechtjes naast staan. Heel vreselijk…het hield niet op! Na 3 dagen vroeg ik beleefd of we wellicht een dagje konden skippen aan familiebezoek…
De keuze om na de Hotelschool dan ook dichtbij ‘eten-koken-gastvrijheid’ te blijven was dan ook geen keuze. Ik heb ooit 1 baan aangenomen waar je, in tegenstelling tot alles in de horeca, stipt iedere dag om 16u klaar was, bij het Ministerie van Landbouw dat heel goed betaalde maar niets met eten te maken had. Ik miste de geuren, gekletter op het fornuis, de dynamiek, het proeven, het creëren van iets tastbaars en de voldoening daarvan. Nee, dit was zo saai, dat het ook onvermijdelijk was dat ik daar keihard op kantoor in slaap viel. Voor het eerst en ook het laatst (ik weet het heel zeker) heb ik gestaard naar de klok - waarom liep ie nou niet harder?! Na 4 weken heb ik dan ook met veel plezier weer ontslag genomen. Terug naar de keuken, terug naar hectic en terug naar eten!
Tot op vandaag de dag is daar weinig aan veranderd. Eten is nog steeds een belangrijk onderdeel van wie ik ben en waar ik gelukkig van wordt. Het ontdekken blijft mooi, mijn nieuwsgierigheid is niet veranderd. Wat heet, zelfs in mijn slaap heb ik het erover. Mijn vriend is al vaker wakker geworden door mijn getier of geklets: ‘Ja zeg, dat noem je toch geen eten?!’ of ‘Verdomme, dit zet je nog geen hond voor!’ of ‘wow, wat een smaak…!’ en zelfs:’Ja, nu moet ik toch weer verder met koken hoor!’